Afbeelding Ongezouten Rudolph van Veen

 ‘Het overhemd dieet’

Het is weer zover, de knoopjes van mijn overhemd stribbelen tegen. Zelf kom ik zojuist heerlijk uitgerust en ontspannen terug van mijn zomervakantie. Maar mijn hemd, dat toch bijna drie weken vrij heeft mogen uithangen aan een mahoniehouten hangertje, blijkt last te hebben van gestreste knoopjes. Ze staan onder hoogspanning!

Terwijl ik mijn hemd probeer dicht te knopen, voel ik me een opgebonden rollade en de spiegel bevestigt mijn gevoel. Als ik mijn buik inhoud, gaat het nog best prima maar dat hou ik natuurlijk niet de hele dag vol. De weegschaal lijkt mij vooralsnog niet nodig, want het zijn slechts vakantie-kilo’s denk ik hardop. Maar ja, mijn overhemd is onverbiddelijk. Dus als ik daar weer in wil passen, zal ik toch echt aan de bak moeten.

Een dieet met pillen, poeders of shakes is natuurlijk uitgesloten. Als kok moet ik beter weten en bovendien, zó erg is het nu ook weer niet. Het ziekenhuisdieet belooft mij in één week vijf kilo (ongeveer het gewicht van mijn vakantiekilo’s) af te vallen met gewoon eten. Dat wil zeggen door héél weinig te eten. Maar halverwege de week voel ik mij zo draaierig dat het mij niet eens lukt mijn overhemd aan te trekken, laat staan dicht te knopen.

Een collega adviseerde mij ‘s middags na 17.00 uur geen koolhydraten meer te eten en liefst geen producten gemaakt van witte bloem. Dus tijdens mijn favoriete ‘tea time’ geen Madeleine meer bij de thee, nou vooruit dan maar voor ’t goeie doel. Maar wat eet je dan ‘s avonds? En wat doen we dan tijdens het aperitief? Ergens in mijn achterhoofd weet ik ook wel dat iedere avond voor het eten twee glazen wijn vergezeld van een lekker kaasje door elke arts of diëtiste als ‘onverstandig’ wordt bestempeld. Dus vol goede moed zat ik om 18.00 uur aan een kop groene thee met reepjes komkommer of paprika. Maar na vier dagen werd ik er zelfs een beetje sacherijnig van. Ik miste de gezelligheid. Hoe goed is een dieet eigenlijk voor je, als het je ongelukkig maakt? Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Dus neem ik nu weer waar ik zin in heb en voel mij volmaakt gelukkig. Maar mijn overhemd past nog steeds niet…

Vorig jaar zomer had ik overigens een kortstondige flirt met het zogenaamde ‘intermittent fasting’, waarbij je gedurende acht uren eet en daarna zestien uur niets eet. Dat ging als volgt: Het ontbijt sloeg ik over omdat dit toch de kleinste maaltijd van de dag is. ‘s Middags had ik dan zo’n honger waardoor ik een dubbele portie middag eten nam en ‘s avonds at ik dan ook iets meer dan normaal omdat ik wist dat ik hierna zestien uur niets meer zou mogen. Daarna lag ik met volle buik in bed in de veronderstelling dat mijn honger de komende zestien uur mijn vetreserves in mijn buik zouden verbranden. Alhoewel ik mij uitstekend voelde bij dit dieet ben ik er niets mee afgevallen.

Op de sportschool, waar ik mij door drukke werkzaamheden in het voorjaar gevolgd door mijn zomervakantie opnieuw mag voorstellen, gaan ze me helpen. Eerst even op de weegschaal en een conditietest, dan maken we een plan van aanpak! Twee weken train ik dagelijks intensief en voel me steeds fitter worden. Qua dieet is het eigenlijk fantastisch want ik mag gewoon eten wat ik wil. Na veertien dagen sta ik weer op de weegschaal, en wat blijkt? Ik weeg een kilo méér! Logisch, de spiermassa die ik had opgebouwd weegt zwaarder dan het vet dat ik verbrand heb. Alleen dát vertelt de weegschaal er niet bij. Kon de weegschaal praten dan zou die waarschijnlijk zeggen “Geweldig gedaan Rudolph, je weegt nu weliswaar iets meer, maar je hebt minder vet en ziet er beter uit.” Maar de weegschaal blijft stil, net als mijn overhemd dat nog steeds niet dicht gaat.

Gezien mijn beroep en mijn liefde voor eten is het nog een wonder dat ik niet veel zwaarder ben. Ik ben gek op gevulde koeken en speculaas bij de koffie, suikerbrood met roomboter als ontbijt, gebakken eieren met spek in de middag en romige sauzen bij het avondeten. Maar ik ben niet van de grote porties, dat scheelt. Als getal vind ik mijn gewicht niet zo belangrijk, zolang ik mij maar gezond en energiek voel en lekker mijn werk kan doen. Eigenlijk wil ik vooral ‘mooi’ genoeg zijn voor mijn vrouw en fit genoeg om actief met mijn kinderen te kunnen zijn. Als dat in het geding dreigt te komen, dan denk ik misschien nog eens na over een dieet. Vooralsnog koop ik morgen gewoon een nieuw overhemd.